Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate:
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 12,85 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 10,50 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Leverinsufficiëntie Vóór instelling van de behandeling en vervolgens periodiek tijdens de behandeling dienen leverfunctietesten te worden uitgevoerd. Ook bij patiënten met tekenen of symptomen die wijzen op leverletsel dienen leverfunctietests te worden uitgevoerd. Patiënten bij wie de transaminasespiegels verhoogd zijn, dienen goed te worden gecontroleerd totdat de afwijkingen zijn verdwenen. Indien verhoogde transaminasespiegels van meer dan 3 maal de bovengrens van de normaalwaarden (ULN) aanhouden, wordt aanbevolen de dosering van Atorvastatine Teva te verlagen of de behandeling te staken (zie rubriek 4.8). Atorvastatine Teva dient met terughoudendheid te worden gebruikt bij patiënten die aanzienlijke hoeveelheden alcohol gebruiken en/of een voorgeschiedenis van leverziekte hebben. Voorkomen van beroerte door sterke reductie van de cholesterolspiegels (SPARCL) In een post-hoc analyse van subtypes van een beroerte bij patiënten zonder coronaire hartziekte (CHZ) die recent een beroerte of een transient ischemisch attack (TIA) hadden doorgemaakt, was er een hogere incidentie van hersenbloedingen bij patiënten die waren gestart met 80 mg atorvastatine vergeleken met placebo. Het verhoogde risico werd vooral waargenomen bij patiënten die vóór opname in het onderzoek al een hersenbloeding of lacunair infarct hadden gehad. Bij patiënten die eerder een hersenbloeding of lacunair infarct hebben gehad, is de balans tussen risico en profijt van 80 mg atorvastatine onduidelijk. Het potentiële risico op een hersenbloeding dient zorgvuldig te worden afgewogen alvorens met de behandeling te beginnen (zie rubriek 5.1). Invloed op de skeletspieren Evenals andere HMG-CoA-reductaseremmers kan atorvastatine in zeldzame gevallen invloed hebben op de skeletspieren en myalgie, myositis en myopathie veroorzaken, wat kan verergeren tot rabdomyolyse, een potentieel levensbedreigende aandoening die wordt gekenmerkt door duidelijk verhoogde creatinekinase (CK) spiegels (>10 maal ULN), myoglobinemie en myoglobinurie wat tot nierfalen kan leiden. Er zijn zeer zeldzame meldingen gedaan van immuungemedieerde necrotiserende myopathie (IMNM) gedurende of na behandeling met sommige statines. IMNM wordt klinisch gekenmerkt door persisterende proximale spierzwakte en verhoogd serumcreatinekinase, die aanhouden ondanks stopzetting van de statinebehandeling, een positief anti-HMG-CoA-reductase antilichaam en verbetering door immunosuppressieve middelen. Myasthenie, oculaire myasthenie Er zijn enkele gevallen gemeld waarbij statines Myasthenia gravis of oculaire myasthenie 'de novo' induceerden dan wel reeds bestaande Myasthenia gravis of oculaire myasthenie verergerden (zie rubriek 4.8). Het gebruik van dit geneesmiddel moet worden stopgezet in geval van verergering van de symptomen. Er zijn recidieven gemeld wanneer dezelfde of een andere statine (opnieuw) werd toegediend. Vóór de behandeling Atorvastatine dient met voorzichtigheid te worden voorgeschreven aan patiënten met predisponerende factoren voor rabdomyolyse. In de volgende situaties dient de CK-spiegel te worden bepaald voordat met de statinebehandeling wordt begonnen: - nierinsufficiëntie - hypothyreoïdie - persoonlijke of familiaire voorgeschiedenis van erfelijke spieraandoeningen - voorgeschiedenis van spiertoxiciteit bij gebruik van een statine of fibraat - voorgeschiedenis van leverziekte en/of aanzienlijk alcoholgebruik - bij ouderen (leeftijd >70 jaar) dient de noodzaak van een dergelijke bepaling te worden overwogen aan de hand van de aanwezigheid van andere predisponerende factoren voor rabdomyolyse - situaties waarin de plasmaspiegels kunnen stijgen, zoals bij interacties (zie rubriek 4.5) en speciale populaties waaronder genetische subpopulaties (zie rubriek 5.2) In dergelijke situaties dient het risico van behandeling te worden afgewogen tegen het mogelijke voordeel en wordt klinische controle aanbevolen. Als de uitgangswaarde van de CK-spiegel significant verhoogd is (>5 maal ULN), dient niet met de behandeling te worden begonnen. Creatinekinase bepaling Creatinekinase (CK) dient niet te worden bepaald na zware lichamelijke inspanning of wanneer een plausibele alternatieve oorzaak van CK-verhoging aanwezig is, aangezien dit de interpretatie van de waarden bemoeilijkt. Als de CK-spiegels in de uitgangssituatie significant verhoogd zijn (>5 maal ULN), dienen de spiegels binnen 5 tot 7 dagen daarna opnieuw te worden bepaald om de resultaten te bevestigen. Tijdens de behandeling - Patiënten dient te worden gevraagd om terstond melding te maken van spierpijn, -krampen of - zwakte, in het bijzonder als dit gepaard gaat met malaise of koorts - Als dergelijke symptomen optreden terwijl een patiënt wordt behandeld met atorvastatine, dienen de CK-spiegels te worden bepaald. Als deze spiegels significant verhoogd blijken te zijn (>5 maal ULN) dient de behandeling te worden stopgezet - Als de spiersymptomen ernstig zijn en dagelijks ongemak veroorzaken, dient overwogen te worden de behandeling te staken, ook wanneer de CK-spiegels verhoogd zijn tot ≤5 x ULN - Als de symptomen verdwijnen en de CK-spiegels weer naar normaal terugkeren, kan hertoediening van atorvastatine of toediening van een ander statine in de laagste dosering en onder strikte controle worden overwogen - Behandeling met atorvastatine dient te worden gestaakt bij klinisch significant verhoogde CK�spiegels (>10 x ULN) of als rabdomyolyse wordt gediagnosticeerd of vermoed Gelijktijdige behandeling met andere geneesmiddelen Het risico op rabdomyolyse is groter wanneer atorvastatine gelijktijdig wordt toegediend met bepaalde geneesmiddelen die de plasmaconcentratie van atorvastatine kunnen verhogen, zoals krachtige remmers van CYP3A4 of van transporteiwitten (bijv. ciclosporine, telitromycine, claritromycine, delavirdine, stiripentol, ketoconazol, voriconazol, itraconazol, posaconazol, letermovir en hiv�proteaseremmers waaronder ritonavir, lopinavir, atazanavir, indinavir, darunavir, tipranavir/ritonavir, enz). Het risico op myopathie kan ook worden verhoogd bij gelijktijdig gebruik van gemfibrozil en andere fibrinezuurderivaten, antivirale middelen voor de behandeling van hepatitis C (HCV) (bijv. boceprevir, telaprevir, elbasvir/grazoprevir, ledipasvir/sofosbuvir), erytromycine, niacine of ezetimibe. Indien mogelijk dienen behandelingsalternatieven die geen interactie vertonen te worden overwogen in plaats van deze geneesmiddelen. In gevallen waarbij gelijktijdige toediening van deze geneesmiddelen met atorvastatine nodig is, dienen het nut en het risico van gelijktijdige behandeling zorgvuldig te worden afgewogen. Indien patiënten geneesmiddelen krijgen die de plasmaconcentratie van atorvastatine verhogen, wordt een lagere maximale dosis van atorvastatine aanbevolen. Daarnaast dient in het geval van krachtige CYP3A4- remmers een lagere startdosis van atorvastatine te worden overwogen en wordt adequate klinische controle van deze patiënten aanbevolen (zie rubriek 4.5). Het risico op myopathie en/of rabdomyolyse kan zijn verhoogd door gelijktijdige toediening van HMG�CoA-reductaseremmers (bijv. atorvastatine) en daptomycine (zie rubriek 4.5). Het moet overwogen worden om Atorvastatine Teva tijdelijk te onderbreken bij patiënten die daptomycine gebruiken, tenzij de voordelen van gelijktijdige toediening opwegen tegen het risico. Als gelijktijdige toediening niet kan worden vermeden, moeten de CK-spiegels 2 tot 3 keer per week worden gemeten en moeten patiënten nauwlettend worden gemonitord op tekenen of symptomen die op myopathie zouden kunnen wijzen. Atorvastatine mag niet gelijktijdig met systemische formuleringen van fusidinezuur of binnen 7 dagen na het staken van een behandeling met fusidinezuur worden toegediend. Bij patiënten bij wie het gebruik van systemisch fusidinezuur essentieel wordt geacht, dient de behandeling met statines gedurende de gehele duur van de behandeling met fusidinezuur te worden stopgezet. Er zijn meldingen geweest van rabdomyolyse (waaronder enkele gevallen met dodelijke afloop) bij patiënten die een combinatie van fusidinezuur en statines kregen (zie rubriek 4.5). De patiënt dient het advies te krijgen om onmiddellijk medische hulp in te roepen als hij of zij symptomen van spierzwakte, -pijn of -gevoeligheid krijgt. De behandeling met statines kan zeven dagen na de laatste dosis fusidinezuur weer worden gestart. In uitzonderlijke situaties, wanneer langdurige behandeling met systemisch fusidinezuur nodig is, bijv. voor de behandeling van ernstige infecties, dient de behoefte aan gelijktijdige toediening van Atorvastatine Teva en fusidinezuur alleen op individuele basis en onder nauwlettend medisch toezicht overwogen te worden. Interstitiële longziekte Bij een aantal statines is in uitzonderlijke gevallen melding gemaakt van interstitiële longziekte, vooral bij langetermijnbehandeling (zie rubriek 4.8). De voornaamste kenmerken zijn onder meer dyspneu, niet-productieve hoest en verslechtering van de algehele gezondheid (vermoeidheid, gewichtsverlies en koorts). Als wordt vermoed dat een patiënt interstitiële longziekte heeft ontwikkeld, dient de statinetherapie te worden stopgezet. Diabetes mellitus Er zijn gegevens beschikbaar die erop duiden dat statines als klasse het bloedglucosegehalte verhogen. Bij sommige patiënten met een verhoogd risico op het ontwikkelen van diabetes kan een mate van hyperglykemie optreden waarbij behandeling zoals bij diabetes nodig is. Dit risico weegt echter niet op tegen de reductie van het vasculaire risico van statines en dient daarom geen reden te zijn om te stoppen met de behandeling met statines. Patiënten met een verhoogd risico (nuchter glucose van 5,6 tot 6,9 mmol/l; BMI>30 kg/m2 , verhoogde triglycerigden-waarden; hypertensie) dienen zowel klinisch als biochemisch in de gaten te worden gehouden, conform de nationale richtlijnen. Pediatrische patiënten Er werd geen klinisch significant effect op de groei en geslachtsrijping waargenomen in een 3 jaar durend onderzoek, gebaseerd op de beoordeling van totale rijping en ontwikkeling, de beoordeling van het Tanner stadium en de meting van lengte en gewicht (zie rubriek 4.8). Hulpstof Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
Atorvastatine Teva behoort tot een groep van geneesmiddelen die bekend zijn als de statines. Dit zijn
lipide- (vet-)regulerende geneesmiddelen.
Atorvastatine Teva wordt gebruikt om de lipiden, bekend als cholesterol en triglyceriden, in het bloed te
verlagen wanneer een vetbeperkt dieet en levensstijlveranderingen alleen onvoldoende zijn gebleken.
Als u een verhoogd risico op hartziekte heeft, kan dit geneesmiddel ook worden gebruikt om een
dergelijk risico te verminderen, zelfs als uw cholesterolspiegels normaal zijn. U moet een standaard
cholesterolverlagend dieet volgen tijdens de behandeling.
- De werkzame stof in dit geneesmiddel is atorvastatine.
Elke filmomhulde tablet bevat 20 mg atorvastatine (onder de vorm van atorvastatinecalcium).
- De andere stoffen in dit geneesmiddel zijn:
Tabletkern: microkristallijne cellulose (E460), calciumcarbonaat (E170), maltose,
croscarmellosenatrium (E466), polysorbaat 80 (E433), magnesiumaluminometasilicaat en
magnesiumstearaat (E470b)
Filmomhulling: hypromellose (E464), hydroxypropylcellulose (E463), tri-ethylcitraat (E1505),
polysorbaat 80 (E433) en titaandioxide (E171)
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Effect van gelijktijdig toegediende geneesmiddelen op atorvastatine Atorvastatine wordt gemetaboliseerd door cytochroom P450 3A4 (CYP3A4) en is een substraat van de levertransporters, de organisch anion-transporterend polypeptide 1B1 (OATP1B1) en 1B3 (OATP1B3) - transporter. Metabolieten van atorvastatine zijn substraten van OATP1B1. Atorvastatine is ook geïdentificeerd als substraat van de effluxtransporters 'P-glycoprotein' (P-gp) en 'breast cancer resistance protein' (BCRP), waardoor de intestinale absorptie in de darmen en de biliaire klaring van atorvastatine beperkt kan worden (zie rubriek 5.2). Gelijktijdige toediening van geneesmiddelen die remmers zijn van CYP3A4 of transporteiwitten kan leiden tot verhoogde plasmaconcentraties van atorvastatine en een verhoogd risico op myopathie. Het risico kan ook verhoogd zijn bij gelijktijdige toediening van atorvastatine met andere geneesmiddelen die potentieel myopathie kunnen induceren, zoals fibrinezuurderivaten en ezetimibe (zie rubrieken 4.3 en 4.4). CYP3A4-remmers Van krachtige CYP3A4-remmers is aangetoond dat ze leiden tot duidelijk verhoogde concentraties van atorvastatine (zie tabel 1 en specifieke informatie hieronder). Gelijktijdige toediening van krachtige CYP3A4-remmers (zoals ciclosporine, telitromycine, claritromycine, delavirdine, stiripentol, ketoconazol, voriconazol, itraconazol, posaconazol, sommige antivirale middelen gebruikt bij de behandeling van HCV (zoals elbasvir/grazoprevir) en hiv-proteaseremmers waaronder ritonavir, lopinavir, atazanavir, indinavir, darunavir, enz.) dient indien mogelijk te worden vermeden. In gevallen waarin gelijktijdige toediening van deze geneesmiddelen met atorvastatine niet kan worden vermeden, dienen lagere start�en maximumdoseringen van atorvastatine te worden overwogen en wordt adequate klinische controle van de patiënt aanbevolen (zie tabel 1). Matige CYP3A4-remmers (bijv. erytromycine, diltiazem, verapamil en fluconazol) kunnen de plasmaconcentraties van atorvastatine verhogen (zie tabel 1). Er is een verhoogd risico op myopathie waargenomen bij het gebruik van erytromycine in combinatie met statines. Er zijn geen interactiestudies naar de effecten van amiodaron of verapamil op atorvastatine uitgevoerd. Zowel van amiodaron als verapamil is bekend dat ze de CYP3A4-activiteit remmen. Gelijktijdige toediening met atorvastatine kan resulteren in verhoogde blootstelling aan atorvastatine. Daarom dient een lagere maximale dosis van atorvastatine te worden overwogen en wordt adequate klinische controle van de patiënt aangeraden bij gelijktijdig gebruik van matige CYP3A4-remmers. Na instelling of doseringsaanpassingen van de remmer wordt adequate klinische controle aanbevolen. CYP3A4-inductoren Gelijktijdige toediening van atorvastatine en inductoren van cytochroom P450 3A (bijv. efavirenz, rifampine, sint-janskruid) kan leiden tot variabele afnames in de plasmaconcentraties van atorvastatine. Vanwege het tweevoudige interactiemechanisme van rifampine (inductie van cytochroom P450 3A en remming van opname in de levercel via transporter OATP1B1) wordt exact gelijktijdige toediening van atorvastatine en rifampine aanbevolen, omdat uitgestelde toediening van atorvastatine na toediening van rifampine in verband is gebracht met een significante afname van de plasmaconcentraties van atorvastatine. Het effect van rifampine op atorvastatineconcentraties in hepatocyten is echter onbekend en als gelijktijdige toediening niet kan worden vermeden, dienen patiënten nauwlettend te worden gecontroleerd op werkzaamheid. Transportremmers Remmers van transporteiwitten kunnen de systemische blootstelling aan atorvastatine verhogen. Ciclosporine en letermovir zijn beide transportremmers die betrokken zijn bij de verwijdering van atorvastatine, d.w.z. OATP1B1/1B3, P-gp, en BCRP, wat leidt tot een verhoogde systemische blootstelling aan atorvastatine (zie tabel 1). Het effect van remming van leveropnametransporters op de blootstelling aan atorvastatine in hepatocyten is onbekend. Als gelijktijdige toediening niet kan worden vermeden, worden een doseringsverlaging en klinische controle op werkzaamheid aangeraden (zie tabel 1). Gebruik van atorvastatine wordt niet aanbevolen bij patiënten die letermovir innemen bij gelijktijdige toediening met ciclosporine (zie rubriek 4.4). Gemfibrozil/fibrinezuurderivaten Het gebruik van fibraten alleen gaat soms gepaard met spiergerelateerde voorvallen, waaronder rabdomyolyse. Het risico op deze voorvallen kan toenemen bij gelijktijdig gebruik van fibrinezuurderivaten en atorvastatine. Als gelijktijdige toediening niet kan worden vermeden, dient de laagste dosis atorvastatine om het therapeutische doel te bereiken te worden gebruikt en dienen de patiënten adequaat te worden gecontroleerd (zie rubriek 4.4). Ezetimibe Het gebruik van ezetimibe alleen is in verband gebracht met spiergerelateerde voorvallen, waaronder rabdomyolyse. Het risico op deze voorvallen kan daarom verhoogd zijn bij gelijktijdig gebruik van ezetimibe en atorvastatine. Bij deze patiënten wordt adequate klinische controle aanbevolen. Colestipol Bij gelijktijdige toediening van atorvastatine en colestipol waren de plasmaconcentraties van atorvastatine en de actieve metabolieten daarvan lager (ratio van de concentratie atorvastatine: 0,74). De effecten op de lipiden waren echter groter wanneer atorvastatine en colestipol tegelijk werden toegediend dan wanneer de geneesmiddelen afzonderlijk werden toegediend. Fusidinezuur Het risico op myopathie, waaronder rabdomyolyse, kan verhoogd worden door de gelijktijdige toediening van systemisch fusidinezuur en statines. Het mechanisme van deze interactie (farmacodynamisch, farmacokinetisch of beide) is nog niet bekend. Er zijn meldingen van rabdomyolyse (waaronder enkele gevallen met dodelijke afloop) geweest bij patiënten die deze combinatie kregen. Indien behandeling met systemisch fusidinezuur noodzakelijk is, dient de behandeling met atorvastatine tijdens de gehele duur van de behandeling met fusidinezuur te worden stopgezet (zie rubriek 4.4). Colchicine Hoewel er geen interactiestudies met atorvastatine en colchicine zijn uitgevoerd, zijn gevallen van myopathie gemeld bij gelijktijdige toediening van atorvastatine met colchicines. Voorzichtigheid is geboden indien atorvastatine wordt voorgeschreven met colchicine. Daptomycine Gevallen van myopathie en/of rabdomyolyse zijn gemeld bij gelijktijdige toediening van HMG-CoA�reductaseremmers (bijv. atorvastatine) met daptomycine. Als gelijktijdige toediening niet kan worden vermeden, wordt passende klinische monitoring aanbevolen (zie rubriek 4.4). Effect van atorvastatine op gelijktijdig toegediende geneesmiddelen Digoxine Bij gelijktijdige toediening van meerdere doses digoxine en 10 mg atorvastatine stegen de steady-state digoxineconcentraties licht. Patiënten die digoxine gebruiken dienen adequaat te worden gecontroleerd. Orale anticonceptiva Gelijktijdige toediening van atorvastatine met een oraal anticonceptivum leidde tot toename van de plasmaconcentraties van norethisteron en ethinylestradiol. Warfarine In een klinisch onderzoek onder patiënten die chronisch met warfarine werden behandeld, veroorzaakte gelijktijdige toediening van 80 mg atorvastatine per dag en warfarine een geringe afname van ongeveer 1,7 seconde in de protrombinetijd tijdens de eerste 4 dagen van toediening, welke binnen 15 dagen tijdens de atorvastatinebehandeling weer genormaliseerd werd. Hoewel slechts in zeer zeldzame gevallen melding van klinisch significante interacties met anticoagulantia is gemaakt, dient de protrombinetijd te worden bepaald voordat met atorvastatine wordt begonnen bij patiënten die cumarineanticoagulantia gebruiken. Dit dient in het begin van de therapie vaak genoeg te gebeuren om te verzekeren dat er geen significante verandering in de protrombinetijd optreedt. Wanneer eenmaal een stabiele protrombinetijd is gedocumenteerd, kunnen protrombinetijden worden gecontroleerd met de tussenpozen die doorgaans worden aanbevolen voor patiënten die worden behandeld met cumarineanticoagulantia. Als de dosis atorvastatine wordt veranderd of de toediening wordt stopgezet, dient dezelfde procedure te worden herhaald. Atorvastatinetherapie is niet gepaard gegaan met bloedingen of met veranderingen in de protrombinetijd bij patiënten die geen anticoagulantia gebruikten. Pediatrische patiënten Onderzoek naar interacties is alleen bij volwassenen uitgevoerd. De mate van interacties bij de pediatrische populatie is niet bekend. Bij de pediatrische populatie dient met de bovenstaande interacties voor volwassenen en de waarschuwingen in rubriek 4.4. rekening gehouden te worden. Interacties met geneesmiddelen Tabel 1: Effect van gelijktijdig toegediende geneesmiddelen op de farmacokinetiek van atorvastatine
Gelijktijdig toegediend geneesmiddel en doseringsregime Atorvastatine Dosis (mg) Ratio van AUC& Klinische aanbeveling# Glecaprevir 400 mg OD/ Pibrentasvir 120 mg OD, 7 dagen 10 mg OD voor 7 dagen 8,3 Gelijktijdige toediening met producten die glecaprevir of pibrentasvir bevatten, is gecontra�indiceerd (zie rubriek 4.3) Tipranavir 500 mg BID/ Ritonavir 200 mg BID, 8 dagen (dag 14 t/m 21) 40 mg op dag 1, 10 mg op dag 20 9,4 In gevallen waarin gelijktijdige toediening met atorvastatine nodig is, niet meer dan 10 mg atorvastatine per dag geven. Bij deze patiënten wordt klinische controle aanbevolen Telaprevir 750 mg, q8h, 10 dagen 20 mg SD 7,9 Ciclosporine 5,2 mg/kg/dag, stabiele dosis 10 mg OD gedurende 28 dagen 8,7 Lopinavir 400 mg BID/ Ritonavir 100 mg BID, 14 dagen 20 mg OD gedurende 4 dagen 5,9 In gevallen waarin gelijktijdige toediening met atorvastatine nodig is, worden lagere onderhoudsdoses van atorvastatine aanbevolen. Bij atorvastatinedoses van meer dan 20 mg wordt klinische controle van deze patiënten aanbevolen Claritromycine 500 mg BID, 9 dagen 80 mg OD gedurende 8 dagen 4,5 Saquinavir 400 mg BID/ Ritonavir (300 mg BID van dag 5-7, verhoogd tot 400 mg BID op dag 8), dag 5-18, 30 min. na atorvastatinetoediening 40 mg OD gedurende 4 dagen 3,9 In gevallen waarin gelijktijdige toediening met atorvastatine nodig is, worden lagere onderhoudsdoses van atorvastatine aanbevolen. Bij atorvastatinedoses van meer dan 40 mg wordt klinische controle van deze patiënten aanbevolen Darunavir 300 mg BID/ Ritonavir 100 mg BID, 9 dagen 10 mg OD gedurende 4 dagen 3,4 Itraconazol 200 mg OD, 4 dagen 40 mg SD 3,3 Fosamprenavir 700 mg BID/Ritonavir 100 mg BID, 14 dagen 10 mg OD gedurende 4 dagen 2,5 Fosamprenavir 1400 mg BID, 14 dagen 10 mg OD gedurende 4 dagen 2,3 Elbasvir 50 mg OD/ Grazoprevir 200 mg OD, 13 dagen 10 mg SD 1,95 De dosis van atorvastatine dient niet hoger te zijn dan een dagelijkse dosis van 20 mg tijdens gelijktijdige toediening met producten die elbasvir of grazoprevir bevatten Letermovir 480 mg OD, 20 mg SD 3,29 De dosis van atorvastatine dient niet hoger te zijn dan een dagelijkse dosis van 20 mg tijdens gelijktijdige toediening met producten die letermovir bevatten. Nelfinavir 1250 mg BID, 14 dagen 10 mg OD gedurende 28 dagen 1,74 Geen specifieke aanbeveling Pompelmoessap, 240 ml OD* 40 mg SD 1,37 Gelijktijdige inname van grote hoeveelheden pompelmoessap en atorvastatine wordt niet aangeraden Diltiazem 240 mg OD, 28 dagen 40 mg SD 1,51 Na instelling of dosisaanpassingen van diltiazem wordt adequate controle van deze patiënten aanbevolen Erytromycine 500 mg QID, 7 dagen 10 mg SD 1,33 Bij deze patiënten worden een lagere maximumdosis en klinische controle aanbevolen Amlodipine 10 mg, enkele dosis 80 mg SD 1,18 Geen specifieke aanbeveling. Cimetidine 300 mg QID, 2 weken 10 mg OD gedurende 2 weken 1,00 Geen specifieke aanbeveling Colestipol 10 g BID, 24 weken 40 mg OD gedurende 8 weken 0,74** Geen specifieke aanbeveling Antacidasuspensie van magnesium en aluminiumhydroxiden, 30 ml QID, 2 17 dagen 10 mg OD gedurende 15 dagen 0,66 Geen specifieke aanbeveling Efavirenz 600 mg OD, 14 dagen 10 mg OD gedurende 3 dagen 0,59 Geen specifieke aanbeveling Rifampine 600 mg OD, 7 dagen (tegelijktijdig toegediend) 40 mg SD 1,12 Als gelijktijdige toediening niet kan worden vermeden, wordt exact gelijktijdige toediening van atorvastatine en rifampine aanbevolen, met klinische controle. Rifampine 600 mg OD, 5 dagen (in gescheiden doses) 40 mg SD 0,20 Gemfibrozil 600 mg BID, 7 dagen 40 mg SD 1,35 Bij deze patiënten wordt een lagere startdosis en klinische controle aanbevolen Fenofibraat 160 mg OD, 7 dagen 40 mg SD 1,03 Bij deze patiënten wordt een lagere startdosis en klinische controle aanbevolen Boceprevir 800 mg TID daags, 7 dagen 40 mg SD 2,3 Bij deze patiënten wordt een lagere startdosis en klinische controle aanbevolen. De atorvastatine dosering dient niet de dagelijkse dosis van 20 mg te overschrijden bij gelijktijdige toediening met boceprevir Tabel 2: Effect van atorvastatine op de farmacokinetiek van gelijktijdig toegediende geneesmiddelen Atorvastatine en doseringsregime Gelijktijdig toegediend geneesmiddel Geneesmiddel/dosis (mg) Ratio van AUC& Klinische aanbeveling 80 mg OD gedurende 10 dagen Digoxine 0,25 mg OD, 20 dagen 1,15 Patiënten die digoxine gebruiken dienen adequaat te worden gecontroleerd 40 mg OD gedurende 22 dagen Orale contraceptie OD, 2 maanden - norethisteron 1 mg - ethinylestradiol 35 μg 1,28 1,19 Geen specifieke aanbeveling 80 mg OD gedurende 15 dagen * Fenazon, 600 mg SD 1,03 Geen specifieke aanbeveling 10 mg, SD Tipranavir 500 mg BID /ritonavir 200 mg BID, 7 dagen 1,08 Geen specifieke aanbeveling 10 mg, OD gedurende 4 dagen Fosamprenavir 1400 mg BID, 14 dagen 0,73 Geen specifieke aanbeveling 10 mg, OD gedurende 4 dagen Fosamprenavir 700 mg BID /ritonavir 100 mg BID, 14 dagen 0,99 Geen specifieke aanbeveling
- Ontsteking van de neusholten, pijn in de keel, bloedneus
- Allergische reacties
- Verhoging van de bloedglucosespiegel (als u diabetes heeft, moet u uw bloedglucosespiegel
nauwlettend in de gaten blijven houden), verhoging van de concentratie creatinekinase in het bloed
- Hoofdpijn
- Misselijkheid, verstopping, winderigheid, spijsverteringsstoornissen, diarree
- Gewrichtspijn, spierpijn en rugpijn
- Uitslagen van bloedonderzoek waaruit blijkt dat uw leverfunctie abnormaal kan worden
- U bent allergisch voor atorvastatine of voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen
kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
- U heeft een ziekte die de lever aantast of u heeft deze ziekte gehad
- U heeft of had onverklaarbare abnormale bloedtestwaarden voor de leverfunctie.
- U bent een vrouw die kinderen kan krijgen en geen betrouwbare anticonceptie gebruikt.
- U bent zwanger of probeert zwanger te worden.
- U geeft borstvoeding.
- Als u de combinatie van glecaprevir/pibrentasvir bij de behandeling van hepatitis C gebruikt.
Vruchtbare vrouwen Vruchtbare vrouwen dienen adequate anticonceptiemaatregelen te treffen tijdens de behandeling (zie rubriek 4.3). Zwangerschap Atorvastatine Teva is gecontra-indiceerd tijdens zwangerschap (zie rubriek 4.3). De veiligheid bij zwangere vrouwen is niet vastgesteld. Er zijn geen gecontroleerde klinische onderzoeken met atorvastatine uitgevoerd bij zwangere vrouwen. Er is in zeldzame gevallen melding gemaakt van aangeboren afwijkingen na intra-uteriene blootstelling aan HMG-CoA-reductaseremmers. Uit dieronderzoek is reproductietoxiciteit gebleken (zie rubriek 5.3). Behandeling van de moeder met atorvastatine kan de foetale spiegels verlagen van mevalonaat, een precursor van cholesterolbiosynthese. Atherosclerose is een chronisch proces en normaal gesproken heeft stopzetting van het gebruik van lipidenverlagende geneesmiddelen tijdens zwangerschap weinig invloed op het langetermijnrisico in verband met primaire hypercholesterolemie. Om deze redenen dient Atorvastatine Teva niet te worden gebruikt bij vrouwen die zwanger zijn, proberen zwanger te worden of vermoeden dat ze zwanger zijn. Behandeling met Atorvastatine Teva dient te worden opgeschort gedurende de gehele zwangerschap of totdat is vastgesteld dat de vrouw niet zwanger is (zie rubriek 4.3). Borstvoeding Het is niet bekend of atorvastatine of metabolieten daarvan bij de mens in de moedermelk worden uitgescheiden. Bij ratten komen de plasmaconcentraties van atorvastatine en de actieve metabolieten daarvan overeen met de concentraties in melk (zie rubriek 5.3). Vanwege de kans op ernstige bijwerkingen dienen vrouwen die Atorvastatine Teva gebruiken geen borstvoeding te geven (zie rubriek 4.3). Atorvastatine is gecontra-indiceerd tijdens borstvoeding (zie rubriek 4.3). Vruchtbaarheid In dierstudies had atorvastatine geen effect op de mannelijke of vrouwelijke vruchtbaarheid (zie rubriek 5.3).
De geadviseerde startdosering van Atorvastatine Teva is 10 mg eenmaal daags bij volwassenen en kinderen van 10 jaar en ouder. Indien noodzakelijk kan deze worden verhoogd door uw arts totdat u de hoeveelheid gebruikt die u nodig heeft. Uw arts zal de dosering aanpassen met tussenpozen van 4 weken of meer. De maximumdosering van dit geneesmiddel is 80 mg eenmaal daags. Atorvastatine Teva tabletten dienen in hun geheel te worden doorgeslikt met een slok water en kunnen op ieder tijdstip van de dag worden ingenomen, met of zonder voedsel. Probeer echter wel uw tablet elke dag op hetzelfde tijdstip in te nemen. Atorvastatine Teva 20 mg, 40 mg en 80 mg U kunt de tablet in gelijke doses verdelen.
| CNK | 4869509 |
|---|---|
| Organisaties | Arega Pharma NV, Teva Belgium |
| Merken | Teva |
| Breedte | 48 mm |
| Lengte | 74 mm |
| Diepte | 50 mm |
| Actieve ingrediënten | atorvastatine calcium |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |